Les 2 – Hellingen en hellingshoek
Wat is een helling? Hoe reken je het hellingsgetal en de hellingshoek uit?
Wat ga je leren in deze les?
In deze les leer je alles over hellingen en hoe je daarmee rekent. Na deze les kun je:
- uitleggen wat een hellingsgetal is en hoe je het berekent
- een hellingsgetal omzetten naar een hellingspercentage
- de tangens gebruiken om de hellingshoek te berekenen
- een onbekende zijde berekenen met behulp van de tangens
- een onbekende hoek berekenen met behulp van de inverse tangens (tan⁻¹)
Wat is een helling?
± 5 minEen helling is een schuin vlak — denk aan een berg, een oprijlaan of een dak. Hoe steiler de helling, hoe meer je omhoog gaat per meter dat je vooruit loopt.
Om een helling te beschrijven gebruiken we twee begrippen: de verticale verplaatsing (hoe ver omhoog) en de horizontale verplaatsing (hoe ver vooruit).
In het voorbeeld hierboven ga je 1,6 meter omhoog over een horizontale afstand van 7 meter. Dit zijn de twee getallen waarmee je het hellingsgetal berekent.
Het hellingsgetal
± 10 minHet hellingsgetal geeft aan hoe steil een helling is. Hoe groter het getal, hoe steiler de helling.
Dit is dezelfde breuk als in les 1: je deelt het ene getal door het andere.
Een helling heeft een verticale verplaatsing van 1,6 m en een horizontale verplaatsing van 7 m.
hellingsgetal = 1,6 ÷ 7 ≈ 0,229
Je kunt ook de andere kant op redeneren: als je het hellingsgetal kent, kun je de verticale of horizontale verplaatsing berekenen.
Een helling heeft een hellingspercentage van 15% en een horizontale afstand van 8 meter.
Hellingsgetal = 0,15 → verticale verplaatsing = 0,15 × 8 = 1,2 meter
Als a = verticaal/horizontaal, dan geldt ook:
verticaal = a × horizontaal en horizontaal = verticaal ÷ a
Hellingspercentage
± 5 minOp verkeersborden zie je hellingen uitgedrukt in procenten, niet als decimaal getal. Dat is precies hetzelfde als het hellingsgetal, maar dan keer 100.
Hellingsgetal → percentage
hellingsgetal = 0,229
0,229 × 100 = 22,9%
Percentage → hellingsgetal
hellingspercentage = 15%
15 ÷ 100 = 0,15
Tangens en hellingshoek
± 10 minTot nu toe gebruikten we het hellingsgetal om een helling te beschrijven. Maar je kunt een helling ook beschrijven met een hoek — de hellingshoek.
De tangens verbindt het hellingsgetal met de hellingshoek:
Dit is precies de definitie van het hellingsgetal! De tangens van de hellingshoek is het hellingsgetal.
Als je tan(35°) intypt, krijg je ongeveer 0,700. Dat betekent: bij een hellingshoek van 35° is het hellingsgetal 0,7. Voor elke meter horizontaal ga je 0,7 meter omhoog.
Een onbekende zijde berekenen
± 10 minAls je de hellingshoek en één zijde weet, kun je de andere zijde uitrekenen. Er zijn twee situaties:
Horizontaal onbekend
tan(hoek) = verticaal ÷ horizontaal
→ horizontaal = verticaal ÷ tan(hoek)
hoek = 27°, verticaal = 80 m
horizontaal = 80 ÷ tan(27°) ≈ 157 m
Verticaal onbekend
tan(hoek) = verticaal ÷ horizontaal
→ verticaal = tan(hoek) × horizontaal
hoek = 15°, horizontaal = 50 m
verticaal = tan(15°) × 50 ≈ 13,4 m
Een onbekende hoek berekenen
± 10 minSoms weet je de twee zijden, maar niet de hellingshoek. Dan gebruik je de inverse tangens (tan⁻¹ op je rekenmachine).
Gegeven: BC = 6 m (verticaal) en AB = 13 m (horizontaal)
Stap 1: tan(∠A) = BC ÷ AB = 6 ÷ 13 ≈ 0,462
Stap 2: ∠A = tan⁻¹(0,462)
Stap 3: typ tan⁻¹(6÷13) in op je rekenmachine
Uitkomst: ∠A ≈ 24,8°
Een hellingshoek van 13° geeft: hellingsgetal = tan(13°) ≈ 0,23
Een hellingsgetal van 0,23 geeft: hellingshoek = tan⁻¹(0,23) ≈ 13°
Samenvatting les 2
| Wat? | Formule | Rekenmachine |
|---|---|---|
| Hellingsgetal berekenen | verticaal ÷ horizontaal | gewone deling |
| Hellingspercentage | hellingsgetal × 100% | × 100 |
| Hellingshoek → hellingsgetal | tan(hellingshoek) | tan(27°) → 0,510 |
| Horizontale zijde berekenen | verticaal ÷ tan(hoek) | 80 ÷ tan(27°) |
| Verticale zijde berekenen | tan(hoek) × horizontaal | tan(15°) × 50 |
| Hoek berekenen | tan⁻¹(verticaal ÷ horizontaal) | tan⁻¹(6÷13) → 24,8° |
Volgende les: Berekeningen met sinus en cosinus
Zaterdag 16 mei 2026 · 11:00 – 11:50 · Toepassingen met de drie goniometrische functies